Prima. Nu heb ik hem ook. Dit wordt een poging om iets over míjn zienswijze te schrijven en tevens aan te geven waar jouw interpretatie afwijkt van wat ik zou doen. Maar... deze aspecten zijn arbitrair! Het is vaak geen kwestie van goed of fout. Bij interpretatie spelen aspecten zoals smaak, karakter, technische vaardigheden, en persoonlijke gemoedstoestand een belangrijke rol. Om misverstanden te voorkomen: door vrij ver in te gaan op details lijkt het, alsof het allemaal niet deugt. Niets is minder waar. Je voert het werkje prima uit, hoor.
Zoals Fernando Cordas al schreef, is dit een stukje met niet te onderschatten muzikale lading. Terecht een juweeltje genoemd, zoals zo veel Sor etudes.
Toonsoort: b-mineur m.a.w. het melancholieke karakter zit er al automatisch in! Hou het in die sfeer.
Wat betreft de interpretatie:
Eerste twee maten: De melodielijn is: d-d-cis-fis.
Maat1: Dus tweede en vierde achtste-noten in maat 1 verdienden nauwelijks aandacht. Het is meer een echo van de voorafgaande toon. Ik zou in de eerste maat een klein crescendotje aanbrengen. Uitgaande van het principe dat tel 1 meer gewicht krijgt als tel 2 betekent het in dit geval dat tel 2 (door het kleine crescendo) in volume op tel 1 gaat lijken.
Voor mijn smaak de bovenstem (b en d) ietsje portato spelen; in richting staccato.
Maat2: Eerste tel tweede maat krijgt het grootste gewicht tot nu toe. De tweede tel maat 2 in volume en intensiteit weer wat terugnemen. Let op: Aan het begin van maat 2 moet de barré-greep al staan! Op de tweede tel alleen de 4e vinger optillen.
Maat3: In mijn uitgave is de dynamiekaanduiding reeds aangegeven. sforzato met een decrescendo naar mf in maat 4. De laatste noot heeft (in jouw versie) iets te veel accent. Een hele kleine ritardando zou hier wel op z'n plaats zijn. Dus ietsje vertragen naar maat 4 toe. Vooral niet pathetisch worden bij deze miniatuurtjes.
Maat4: s.v.p. hier geen arpeggio! Het stukje is maar net begonnen! Voor mij heeft een arpeggio iets theatraals, iets voor een afsluiting, een hoogtepunt. In dit geval (maat4) is het nog te vroeg. Wel portato. Daarna: rust in de tent en de pauze die er staat wél spelen

d.w.z. het fis-accoord niet door laten klinken.
Maat5: Er zijn verschillende opvattingen, maar ik zou de fis met de 3e vinger spelen. Neerzetten en laten staan tot tel 2 van maat 6. Ik betrap mezelf vaak op een arpeggio op tel 2. Dus wil ik het hier niet afraden.
Maat6: tel 1: e met de 1e vinger. Laatste noot (e of zoals in een andere uitgave e+g) nauwelijks hoorbaar spelen.
Maat7: Vlak voor maat 8 het fis-accoord loslaten. Er mag nu niets meer doorklinken naar maat 8 toe.
Maat8: fis - b portato. Op het moment dat b gespeeld wordt moet de fis alweer weg zijn. M.a.w. fis niet door laten klinken. In deze maat is een decrescendo wenselijk. Ook de b niet laten doorklinken. Ik zou hier 1/8 aanhouden voor de b. In sommige uitgaven staat hier inderdaad 1/8 pauze.
Erik, als je het niet erg vind stop ik hier met het zeer gedetailleerde commentaar. Ik merk dat het zeer tijdrovend is om zo goed mogelijk te omschrijven wat ik bedoel. Tijdens een gitaarles is het veel sneller duidelijk te maken door het voor te spelen. Maar... misschien nog wat algemene opmerkingen. Wat mij betreft mag het stuk iets sneller, maar vooral intenser gespeeld worden. Steeds stuwend naar het volgende 'hoogtepunt' of -puntje. Het tempo mag best wat variëren. Het moet 'boeiend' blijven. Neem de vrijheid om af te wijken van de precieze 'tekst' (noten); zo zou je b.v. de tweede b (in de bas) in maat 25 weg kunnen laten. Dit klinkt wat opener/lichter dan met een herhaling van die B.
Oh, ja, dan toch nog iets over de laatste maat: hou je aan de notenwaarden die er staan. Niet alles automatisch laten doorklinken. Ook weer portato.
Ik hoop dat je wat aan het commentaar hebt.